Houtzolder

De boomstammen, gezaagde planken en het speciale hout werd van buitenaf af op de houtzolder gehesen. Toen de nieuwe houtloods gebouwd werd in 1920 verviel grotendeels de functie van houtopslag. Het grote  houten hok voor het  speciale hout bleef intact. In mijn kinderjaren werd de houtzolder ook een plek van vermaak. Hier hangen de schommel en de ringen. Hier worden schoolfeestjes gehouden in de 60-er jaren. Het is in de tijd van de visnetten en gekleurde lampjes. Hier stencilde Hanneke 10 jaar later de Inktmop, de schoolkrant van de HBS.

Warmwaterbad
Op de houtzolder was een kolenhok en een opslagplaats voor de turfbriketten en er hing een grote en een kleine teil waar we als kind wekelijks in gebadderd werden. Dat evenement gebeurde standaard op vrijdag in de huiskamer met een handdoekenrekje er om heen als privacy. Toen we groter waren moesten we wekelijks naar het Badhuis op de Driebanen. In latere jaren (ca 1964) werd op de houtzolder een doucheruimte ingericht. Geen bad want mijn vader vreesde dat de vloer het niet zou houden.

Hanneke, 11 jaar Douchen op de houtzolder (1964) In 1964 werd een douche gebouwd op de houtzolder. De douche was in mijn ogen heel groot met een royale wastafel en daarnaast een grote zinken bak als douchevloer. Bovenin zat een raampje naar de gang. De allereerste keer dat ik de douche mocht proberen was een feest. Wat vond ik het heerlijk om onder onze eigen douche te staan. Ik genoot er van totdat ik een gesmoorde lach hoorde. Toen pas zag ik dat door het gangraampje mijn broertjes naar mij stonden te gluren en hun lachen niet meer konden inhouden. Woest was ik.

Houtopslag

Stof, stof, stof
Via de houten achtertrap kom je op de houtzolder en via de bijkeukendeur rechtstreeks. De houtzolder is de meest stoffige ruimte op de woonverdieping. De houtzolder geeft na 1920 ook toegang tot het platte dak van de nieuwe houtloods en werkplaats. Moest oma Zwaan eerst de was op de veranda ophangen, daarna kon ze die op het grinddak kwijt.  Het grinddak was ook de enige plek waar je heerlijk onbespied kon zonnen. Maar daar had die generatie van toen nog geen behoefte aan en ook geen tijd voor.

PRLWYTZKOWSKIJaap2
Op de houtzolder bouwde Jaap zijn eigen brommerwerkplaats. Veel vrienden kwamen langs en veel jongens uit de buurt hebben hier menig uurtje gesleuteld. Dat Jaap later een technisch beroep zou kiezen moge duidelijk zijn.

JAAP: Dik van der Leek en ik waren altijd met brommers bezig, al ruim voordat we 16 waren en gerechtigd waren om te rijden. We hadden daartoe een eigen hok ingericht op de houtzolder waar we onze materialen konden opbergen, netjes gesorteerd in bakjes of hangend aan de wand. We hebben het brommerhuis de PRLWYTZKOWSKI genoemd naar het verhaal van Martin Toonder in een Heer Bommel strip. Mijn brommer heette de Vicky 1, met een 38 cc motortje erop. Ook brommervriend Dik had een bromfiets.  We haalden onze bromfietsen dan ook tot de kleinste onderdelen uit elkaar en prutsten net zolang tot hij het weer deed. We voerden hem ook op door bv. er een ander tandwiel op te zetten. Zo ben ik op die bromfiets nog eens op familiebezoek geweest naar tante Trijn en familie. Zij waren in Friesland op vakantie en ik mocht daar logeren. Wat voor brommer Dik had weet ik niet meer maar zijn moeder had een Berini met voorwielaandrijving. We gingen daar ook wel eens mee uit rijden, ik achterop.

 

De Flits
Op de houtzolder heeft vriend Dick van der Leek zelfs zijn eerste boot gebouwd De Flits. Zijn eerste liefde. Door de openslaande deuren aan de voorkant is hij er naderhand uitgetakeld. Op de achtergrond van de foto zijn de 2 zinken teilen nog zichtbaar. Hierin gingen we in bad toen we klein waren.

Club van Zes
Met zijn vrienden vormde Jaap in de lagere schoolleeftijd en vroege teenerjaren de Club van Zes. Dat was niet zomaar een clubje. Er waren regelementen en ge- en verboden.

 René: De Club van Zes was een club waar ik eigenlijk niet bij hoorde. Ik was immers zo’n drie jaar jonger, en dat is heel wat op die leeftijd. Wel mocht ik – met dank aan Jaap – delen in de lusten van deze club. Daar dronk ik mijn eerste biertje (Oud Bruin). Speciaal aan Roald Struik bewaar ik goede herinneringen, al was het alleen maar omdat hij mij op het schoolplein beschermde tegen jaloerse of vechtlustige klasgenoten. Roald was sterk. Héél sterk. Mijn klasgenoten haalden het niet in hun hoofd om mij op het schoolplein vijandig te bejegenen! Roald bezorgde mij een vrijplaats.
Voor mij was de houtzolder niet zozeer een speelruimte, maar eerder een plek voor retraite. Vaak zat ik op de schommel, niet zozeer om te schommelen, maar meer om mijn gedachten te laten afdwalen. Naar bijvoorbeeld de visavonturen van de vorige dag. Nergens heb ik in wintertijd ooit zulke mooie ijsbloemen gezien als juist op de ramen van die houtzolder. En als er dan ook nog sneeuw viel en ik al dat moois op me in liet werken, voelde ik mij … gelukkig.


De grote verbouwing

Toen het woonhuis in de jaren 60 aan een grondige opknapbeurt toe was maakten we van de houtzolder een primitieve woonkamer met keuken. Dat was een knusse tijd. Toen de tijdelijke woonkamer werd ontmanteld bleef de gasaansluiting in takt. Een mooie plek om voortaan vis te bakken

Visbakken

Als vader Zwaan met Jaap enRene Visbakken
René het veld in was geweest om te vissen en zij thuis kwamen met een mooie portie
allerhande vis dan werd dat hier gebakken.  Ieder had zijn taak. Het schoonmaken
werd in de boot al gedaan. René of Jaap bakten ze  vervolgens met moeder’s plastic schortje voor. Let ook op de sfeervolle verlichting die nog van de verbouwingstijd overgebleven was.
Moeder dekte de tafel met een plastic tafelzeiltje en ik (later ook Hanneke) hoefde ze alleen maar op te eten. Zo lekker als die pas gebakken verse vis van mijn jeugd smaakte heb ik nooit meer ervaren.